DTF: behandelingen zonder verwijzing

Per 1 januari 2006 hebben patiënten de wettelijke mogelijkheid om zonder verwijzing van een arts de fysiotherapeut te consulteren. Als een patiënt zich bij de fysiotherapeut meldt zonder verwijzing zal de fysiotherapeut een screening uitvoeren. Tijdens de screening verzamelt de fysiotherapeut gegevens die nodig zijn voor het nemen van een beslissing of verder fysiotherapeutisch onderzoek al dan niet geïndiceerd is.

‘Screening is een proces dat de fysiotherapeut leidt tot de beslissing of verder fysiotherapeutisch onderzoek geïndiceerd is. Bij screening wordt door middel van gerichte vragen, tests of andere diagnostische verrichtingen binnen een beperkte tijd vastgesteld of er al dan niet sprake is van een binnen het competentiegebied van de individuele fysiotherapeut vallend patroon van tekens en/of symptomen.'

De stappen van het screeningsproces

  • Aanmelding

    De patiënt meldt zich op eigen initiatief bij de fysiotherapeut. Bij een aanmelding zonder verwijzing van een arts volgt een screening door de fysiotherapeut. De fysiotherapeut informeert de patiënt over de screeningsprocedure.
  • Inventarisatie hulpvraag

    Deze stap bestaat uit inventarisatie van de contact reden en de concrete hulpvraag. De fysiotherapeut vraagt daartoe naar de belangrijkste klachten of problemen in het functioneren en de doelstellingen en verwachtingen van de patiënt. Wanneer de fysiotherapeut bepaalde medische gegevens nodig heeft in het kader van de screening zal hij de patiënt daarnaar vragen. Bij patiënten die na een chirurgische ingreep de fysiotherapeut consulteren, kunnen bijvoorbeeld gegevens over de operatietechniek, het postoperatief beleid, eventueel medicatiegebruik
    en andere pathologie nodig zijn. Als er naar de inschatting van de individuele fysiotherapeut onvoldoende of onduidelijke medische gegevens zijn, wordt er, in overleg met de
    patiënt, contact gezocht met de huisarts of specialist. Na een opname in het ziekenhuis kan de patiënt gevraagd worden de ontslagbrief mee te nemen.

  • Screening ‘pluis/niet-pluis' (stap 1c)

    De fysiotherapeut is bij de screening alert op patroonherkenning en op identificatie van eventuele rode vlaggen of alarmsignalen. De conclusie ‘pluis' of ‘niet-pluis' wordt getrokken vanuit het perspectief van de individuele fysiotherapeut.

  • Informeren en adviseren

    Wanneer de fysiotherapeut tot de conclusie ‘niet-pluis' komt, informeert hij de patiënt hierover en adviseert hij contact op te nemen met de (huis) arts. Met informeren wordt hier bedoeld dat de fysiotherapeut de patiënt meedeelt dat een of meer symptomen qua aard of beloop door hem niet als onderdeel van een bekend patroon worden herkend of dat hij de patiënt informeert over de aanwezige rode vlaggen. De arts kan alsnog aanvullende diagnostiek verrichten c.q. aanvragen om vervolgens het te voeren beleid te bepalen. Fysiotherapeutische advisering en/of behandeling behoort dan nog steeds tot de mogelijkheden. Wanneer de fysiotherapeut tot de conclusie ‘pluis' komt, informeert hij de patiënt over de mogelijkheid om, zonder tussenkomst van een arts, door te gaan met het diagnostisch proces. De fysiotherapeut wordt aangeraden om bij complexe problematiek, (chronische) ziekten of aandoeningen met veel comorbiditeit en/of aandoeningen waar vele zorgverleners bij betrokken zijn (bijvoorbeeld COPD, status na CVA, diabetes mellitus (type 2), ziekte van Parkinson) ook wanneer de conclusie ‘pluis' is, uiteraard met instemming van de patiënt, contact op te nemen met de huisarts en/of medisch specialist in het kader van de onderlinge afstemming van de zorg.